Natuurpunt Voorkempen

(verslag van Ludo Van Rossum, foto's op Google Photo's)

22 oktober, de dag kondigt zeer mistig aan. Eddy beloofde ons thuis te komen ophalen en inderdaad, stipt om half zeven stopte een zwarte Opel Vivaro aan onze voordeur en werden we samen met Rita naar de parking achter de kerk van Sint Antonius gereden. Alle andere medereizigers stonden daar reeds met pak en zak te wachten. Na een keurige verdeling van de verschillende reizigers over de drie Opels en de Camper van Eric werd het vertreksignaal gegeven en reden we over de kalme autoweg Wommelgem – Antwerpen – Brussel – Namen richting Bouillon. De rust en korte nacht hadden hun effect op toevallende ogen en hier en daar klonk zacht gesnurk.


In Lubin werd even haltgehouden voor een dure toiletgang en om nog duurdere (3,50 euro) koffie te slurpen. De uitbaatster wou dit goedmaken door ostentatief speculaaskoekjes (une par personne!!) uit te delen.
Na deze tussenhalt vertrok de karavaan, Valentijn op kop, naar de “Étangs de Belval-en-Argonne. Uitlegborden met jawel een woordje Nederlands – Natuurpunt had een duit in ’t zakje gedaan in het verwerven en onderhoud van dit natuurgebied - werden bewonderd, laarzen werden aangetrokken en een tochtje tussen overblijfselen van verdwaalde koeien leidde ons naar de eerste kijkhut van dit vogelweekend.
De mist beperkte het zicht maar gelukkig konden we steunen op het onfeilbaar gehoor en identificatievermogen van Valentijn! De hele verdere reis nam hij geluiden waar, die wij volmondig beaamden hoewel niet het minste gepiep onze trommelvliezen bereikte.
Terug bij de busjes deed ieder zijn picknicktasje open en ontdekte wat er uit de verre Kempen meegebracht werd. Eric zette het toilet van de camper gratis ter beschikking van de noodlijdende dames, terwijl de heren zorgvuldig een Franse boom uitkozen. Vervolgens werd de meeste modder en andere resten van de laarzen gewreven. Die lieten echter vanaf dan onuitwisbare (?) grauwe souvenirs achter op de vloertapijten van de verschillende voertuigen.
De karavaan zette zich terug in gang en hield halt in Laheycourt – Le Grand Morinval (tussen 2 meertjes) en even verder langs La Chée . We maakten een kleine wandeling langs het water, van verre verwonderd nagekeken door twee jonge Françaises die zaten de keuvelen op een bank. De lucht was wat opgeklaard, er werd getuurd en geverrekijkt naar mogelijk zeldzame vogels, maar de meeste aandacht ging naar enkele niet-geïdentificeerde bomen die onbekende vruchten droegen.

Nat een kleine omleiding, te wijten aan de misleidende GPS van het eerste voertuig, arriveerden we vervolgens bij de Carrières van Matignicourt waar we links van de baan enkele krooneenden ontwaarden, terwijl we aan de rechterkant enorme “molshopen” zagen, het resultaat van grindwinning in de streek…. De grauwe vlekken op de vloertapijten werden gevarieerder.

Het werd tijd voor een eerste kennismaking met de Lac du Der. De kenners leidden ons vakkundig naar de Sainte Marie de Nuisement aan de dijk van het meer waar we kennis maakten met de eerste kraanvogels die in min of meer ordentelijke V-vluchten en met veel kabaal kwamen aangevlogen op zoek naar een tussenstop op hun reis naar het zuiden. Door de warme herfst was de trek nog niet op zijn hoogtepunt en naar het schijnt blijken steeds meer kraanvogels de Lac du Der als eindbestemming te kiezen: de winters zijn hier niet meer zo koud als ten tijde van hun voorouders en ook zij blijken het Franse eten te appreciëren.

Het werd stilaan duister, dus reden we 30 km verder naar Saint Dizier waar de organisatoren van de reis een hotelletje hadden geboekt. De laarzen werden verwisseld tegen keuriger schoeisel om het Hôtel de Champagne te betreden. Na de sleutelverdeling trok ieder zich terug in zijn toebedeeld simpel kamertje. Er was warm en koud water en elektriciteit en de matras zou voldoen aan de vermoeide ruggen. De bagage kreeg vlug een plaatsje, verse kleren werden aangetrokken en iedereen spurtte naar de bar waar de voorraad blauwe Chimay werd aangesproken.
Het was ondertussen tijd voor een excellent diner in het restaurant “Louis XV”. Het avondmaal werd vakkundig ingeleid door een welbespraakte Française en bevloeid (het diner en niet de Française) door lokale wijn en de rest van de Chimay. Na het eten probeerde Michel onze licht benevelde hersenen te kwellen met een vogelpuzzel… gelukkig kregen we twee dagen om de lettertjes te doorstrepen en de verborgen slagzin te ontcijferen. Valentijn somde nog eens de geobserveerde vogels op en daarmee zat dag één erop.

23 oktober: zondag. Prachtig weer en dus, aldus Valentijn, zou de Lac du Der overspoeld worden door toeristen. Voor ons was er dus een toerist-vrije trip uitgestippeld.
We trokken via omleidingen - ook Frankrijk kent zijn wegenwerken – naar de Moulin op de Blaise in Éclaron, op zoek naar de waterspreeuw en verder naar de Étang de La Horre, een natuurreservaat, druk bezocht door Engelse vissers die speciaal het kanaal oversteken voor deze unieke plaats waar de gevangen vis terug in het water moet geworpen worden. We volgden het pad langs het water op zoek naar de verborgen zeearend, maar die moest dit weekend niks weten van die nieuwsgierige Flamands. Aan een bruggetje gekomen krioelde het van ijsvogels. De snelle diertjes waren moeilijk in de kijker te vangen, maar het lukte toch.
Eddy zag een woudaapje, helaas niet meer in leven.
We keerden terug langs het bos, waar Valentijn ons weer eens attent maakte op het geluid van allerlei kleine vogels: wij knikten maar hoorden noch zagen iets!
Terug bij de drie voertuigen keurden we de picknick die de hotelkeuken had klaargemaakt. Enkele flessen sterke drank werden opgediept om de koude broodjes door te spoelen.

Twee meren, de Lac Amance en de Lac du Temple vormen het reservoir om het debiet van de Aube te regelen. Beide meren zijn verbonden door een kanaal. We gingen te voet van het ene meer naar het andere. De voertuigen volgden. We onderscheidden in het water de krakeend, de kuifeend en de krooneend, de smient en de fuut, in de struiken kwikte de gele kwik, maar weer liet de zeearend zich niet zien. Een aangename plek! Dat vond ook de Opel van Eddy die verdere medewerking bij het koppelen weigerde. Gelukkig kon Herman het voertuig op andere gedachten brengen zodat we de tocht konden verderzetten.

Die leidde ons naar de “Ferme de Grues” een uitkijktoren waar de telescopen hun werk konden doen. Eddy verzamelde braakselproppen van uilen en gaf deskundige informatie. Op het programma stond nog een kleine wandeling rond de Vieux Moulin Sainte Livière, een watermolen die zijn beste dagen gekend had en nu te koop wordt aangeboden. Rond het snel stromend riviertje werd aandachtig naar iedere beweging in bomen en struiken getuurd maar het leverde geen nieuws op voor het lijstje van Valentijn.
De avond viel stilaan, dus deden we nog een ommetje naar de Lac du Der, ditmaal langs de Forêt du Der. Grote en minder grote zwermen kraanvogels zochten luid schreeuwend een landingsbaan op de boorden van het meer om de nacht door te brengen.
Dit bracht ons op het idee dat er ook voor ons zoiets als een hotel bestond, waar we konden eten en drinken (helaas géén Chimay meer) en ons bed opzoeken.

Maandag 24 oktober, regendag.
Na een stevig ontbijt reden we naar de Site du Chantecoq, gelegen aan de Lac du Der. De Lac du Der – Chantecoq, werd geschapen in 1974 als reservoir om de waterstand van de Marne en de Seine te regelen. Drie dorpen werden hiervoor onder water gezet. We deden een korte wandeling naar de kijkhut aan de Étang du Grand Coulon. Telescopen in aanslag, verrekijkers aan de ogen, oren gespitst op uitkijk naar de grote en kleine gele wip, kraanvogels, futen…
De miezerregen hield aan en dus gingen we een kijkje nemen bij de toeristische dienst van Giffaumont. We kregen enkele streekkaarten, kochten zichtkaartjes, snuffelden wat rond …tot Valentijn een brasserie gevonden had waar we onze meegebrachte broodjes naar binnen konden werken. De drank moest uiteraard van de zaak komen maar dat werd geregeld door onze meegereisde financier Michel.
We bleven eten en vooral drinken tot de hemel enigszins opklaarde en vertrokken dan voor een tochtje naar het kerkje van Champaubert, de heropgebouwde kerk van één van de drie verdronken dorpen. We hadden nauwelijks onze benen gestrekt of merkten dat de aanlegsteigers van het haventje bij gebrek aan bootjes werden ingepalmd door ijsvogels, die zich opvallend rustig hielden. Vol moed trokken we dus verder, over een lange steiger waarlangs ganzen en eenden zwommen terwijl wat verder op het droge enkele kraanvogels rustig zaten te keuvelen.
Zo bereikten we het kerkje en de gedenksteen die de drie verdwenen dorpen in herinnering brengt. Van het kerkje wandelden we naar een kijkhut, van verre aandachtig toegekeken door een vos. Wij keken terug en wachtten af. De vos had tijd zat maar droop tenslotte op zijn dooie gemak af.
Onze reisorganisatoren beloofde nog een verrassingsbezoek aan een drankgelegenheid… helaas het bracht hen in drank-verlegenheid want: was de zaak gesloten? Werd ze niet gevonden? Was een voorwendsel? … Zo kwamen we terug aan in het hotel waar echter de voorraad Chimay nog niet was aangevuld.
Het eten smaakte uitstekend, de kok kreeg applaus. Na de koffie reikte Michel de prijs uit aan de winnaar van de vogelpuzzel: Jan uit Deurne werd enkele flesjes authentieke trappist uit Westmalle rijker.
Terwijl de meeste van ons het restaurant verlieten, palmde de hotelbaas met zijn gasten een lange tafel in om een nachtelijk feestje te brouwen. De enkele kempenaars die nog aan hun koffie slurpten en genoten van de verhalen van Eddy, kregen een drankje aangeboden, weliswaar zonder glas.

Dinsdag 25 oktober: terug naar de Kempen
De wekkers rinkelden vroeg in de ochtend want in de duisternis van 7 uur startte de zwarte karavaan richting Lac du Der om daar het vertrek van de kraanvogels in de opgaande zon te bewonderen. Althans dat was de bedoeling, want van een rode zonsopgang was niets te merken. Ook de kraanvogels waren zich ervan bewust dat er die morgen niet veel te poseren viel en aarzelden om het startsein te geven voor een massale V-vlucht. We moesten dus tevreden zijn met de enkele lawaaierige slierten in de grijs-blauwe hemel… en jawel, tevreden waren we.
Na dit schouwspel trokken we terug naar het hotel voor een laatste ontbijt, een groepsfoto, het laden van de voertuigen en het definitief vertrek uit Saint Dizier.
Op het programma van de dag stonden nog enkele bezoeken aan vijvers en meren in de hoop nog een zeearend te kunnen verrassen.
De eerste vijver die we aandeden van de Étang des Brauzes, het witte-zwanenmeer. Bij het bespieden van de vele zwemmende en vliegende zwanen viel ons oog weer op een vos die eveneens in bewondering stond voor het zwanenspektakel.
Vervolgens trokken we weer naar de Étang de Belval, een plek die we op de heenreis reeds hadden aangedaan, maar waar toen de mist een spelbreker was. Opnieuw deden we de wandeling naar de kijkhut. Onderweg maakte Eddy ons attent op een zeldzame sterpaddenstoel. Er ontspon zich een lange discussie over een geobserveerde vogel: waren de poten rood of roodbruin, welke kleur had de snavel… Een toevallige fotograaf met een meterlange objectief kon geen uitsluitsel geven…. De vogel had genoeg van de discussie en nam de vlucht.
Terug bij de wagens haalde Eric voor de laatste maal zijn plooitafel uit de camper en schonk koffie bij de picknickbroodjes, meegebracht uit het Hôtel de Champagne. Na een fotosessie van de groep en van de organisatoren, stapten we in de auto’s, besmeurden nogmaals de tapijten en reden verder naar een riviertje tussen krijtrotsen, de Falaise. Witte en zwarte paarden graasden boven de oevers. Verrekijkers en telescopen speurden naar gevleugelde diertjes. We wandelden richting dorp en bleven rondhangen bij een brug over de zijtak van de rivier.
De organisatoren hadden nog een laatste verrassing in petto. Ze stuurden de wagens naar de Lac de Bairon, leidden ons naar de dam, plooiden driepikkels uit en richtten de telescopen op … jawel een roerdomp die zich voor een rietkraag in allerlei posities liet bewonderen. Van een kers op een vogeltaart gesproken: dit kon tellen! Aan onmiddellijk vertrekken werd niet meer gedacht! Helaas moest het er wel van komen.
Een laatste Franse stop was voorzien bij een boerderij waar een steenuil huisde, maar die liet zich niet zien. Een van de struiken naast de wagens droeg echter een overvloed aan sleepruimen, die Jos en Daniël ijverig begonnen te plukken in het vooruitzicht van een lekkere sleepruimlikeur. De chauffeurs werden echter ongeduldig en de plukkerij moest worden gestaakt. We moesten nu dringend naar Belgenland.
Trouw volgden de wagens elkaar op: baan naar Bouillon, de E411 richting Brussel, en toen wagen 1 zich bij wegenwerken van richting vergiste, volgden de drie anderen gedwee de afgedwaalde frontwagen. Mits een kleine omme toer geraakten we weer op het juiste spoor en hielden halt op de parking van Aire de Bierge. Daar konden we een kleinigheid (dixit Valentijn) nuttigen, wat vertaald werd door “koninginnehapje met frites”. We namen afscheid van Jan en Marianne die gedropt zouden worden in Wommelgem, om dan koers te zetten naar Sint-Antonius. Leen zette daar nog een liedje in, we bedankten de organisatoren voor het puike werk en de gezellige dagen en keerden tevreden naar huis terug.
Dank aan de organisatoren, aan alle fotografen en aan Valentijn voor het geduld met de verslaggever.
Ludo

Delen